Wie is Johan Museeuw?
De omschrijving in de internet-encyclopedie Wikipedia is treffend: Johan Museeuw (Varsenare 13 oktober 1965) ook de Leeuw van Vlaanderen genoemd, is een voormalig Vlaams wielrenner die gespecialiseerd was in het rijden van klassiekers. Hij was op dat vlak één van de besten in de jaren 90 van de twintigste eeuw. Johan
Museeuw won 110 wedstrijden als prof, waarvan 11 wereldbekerwedstrijden (3 keer de Ronde van Vlaanderen en 3 keer Parijs-Roubaix), hij won 2 keer het wereldbekerklassement en werd 1 keer wereldkampioen.
De kleine Johan
De kleine Johan speelde eerst voetbal. Maar van zodra hij de minimumleeftijd had bereikt om te mogen koersen gaf hij zijn voetbalplunje aan zijn trainer met de woorden: “ik ga koersen, ik kom nooit meer voetballen”. En zo geschiedde.
Koersen zat bij de Museeuws in het bloed, zijn vader Eddy was zelf een verdienstelijk renner en bracht het zelfs tot prof maar in die tijd was het heel moeilijk om er je boterham mee te verdienen en Eddy koos noodgedwongen voor een vast inkomen.
De wielercarrrière van Johan is dan ook eigenlijk begonnen in het veld. Vader Eddy hield vooral controle over het aantal te rijden wedstrijden, want jonge coureurs zijn soms snel verzadigd.
Hij debuteerde op de weg in 1981 bij de nieuwelingen, elk seizoen won hij een flink aantal wedstrijden maar hij was zeker geen veelwinnaar.
De eerste profjaren
In 1988 kreeg hij een profcontract aangeboden bij de veelbesproken wielerploeg ADR. José De Cauwer was zijn ploegleider en Eddy Planckaert was de kopman. Een jaar later maakte Greg Lemond zijn heroptreden bij deze ploeg. Johan was nog steeds knecht en hielp Lemond de Ronde van Frankrijk winnen. In zijn eerste twee profjaren kon Johan zelf 5 wedstrijden winnen maar hij had vooral veel geleerd van zijn kopmannen en meegeproefd van de vele ploegoverwinningen.
De ADR ploeg had helaas geen stevige financiële structuur en viel uiteen. Johan kreeg in 1990 echter gemakkelijk een contract bij de Belgische Lotto-ploeg waar hij 3 jaar zou blijven. Elk jaar won hij zijn wedstrijden met in 1990 oa de laatste tourrit in de sprint op de Champs Elysees, in 1991 het Kampioenschap van Zurich, zijn eerste wereldbekerwedstrijd, en in 1992 de E3-Prijs en het Kampioenschap van België.
In zijn beginjaren als prof had Johan een snelle eindsprint in de benen en dat had Patrick Lefevre, ploegmanager van het Italobelgische team GB-MG gezien. Een kampioenentrui was voor de Belgische sponsor GB ook van belang en Johan kreeg een contract bij deze ploeg en werd ploegmaat van oa de Italiaanse rasspurter Mario Cipollini. Lefevre dacht dat Museeuw meer kon dan alleen maar sprinten en gaf hem de kopmanrol in de Ronde van Vlaanderen. Johan trok in de aanval samen met de Nederlander Frans Maassen en versloeg hem makkelijk in de spurt. De Ronde van Vlaanderen was en is nog steeds de belangrijkste ééndagskoers voor een vlaams renner. Met deze overwinning was het grote publiek overtuigd dat Museeuw een klasbak was die zijn plaats zou innemen in de galerij der groten.
Jaar na jaar vulde Johan zijn palmares: in 1994 won hij oa. De Amstel Gold Race, in 1995 won hij voor de 2de keer de Ronde van Vlaanderen en kroonde hij zichzelf tot de meest regelmatige ééndagsrenner door de eindstand in de Wereldbeker te winnen.
1996, het succesjaar
In 1996, de hoofdsponsor van de ploeg was inmiddels het Italiaanse Mapei, was hij opnieuw de meest regelmatige en won hij voor het eerst de klassieker Parijs-Roubaix (op memorabele manier samen met zijn ploegmaats Bortolami en Tafi). Hij presteerde het hele jaar door op hoog niveau maar was na Parijs-Tours zwaar ontgoocheld toen hij zijn aanval niet kon afronden. Hij vreesde alsnog zijn wereldbekertrui te verliezen en een dag later sprak hij voor het eerst over stoppen. Hij vluchtte in zichzelf en weg naar Zwitserland om er het WK voor te bereiden dat een week later werd betwist in de buurt van Lugano. Samen met de Franse renner Laurent Jalabert reed hij nog een ultralange trainingstocht en dat overtuigde hem dat de conditie toch goed was. Kenners beweerden echter dat het parcours van Lugano te zwaar was voor Museeuw en hij was dus zeker geen topfavoriet. Iets na halfweg koers ging Museeuw mee in een ontsnapping van een twintigtal renners en dat was tactisch een geniale zet. Hij wist zo zijn krachten op te sparen en demareerde in de laatste ronde. Enkel de Zwitser Mauro Gianetti kon hem nog volgen, de achtervolgers uit het peloton met de Italiaanse topfavoriet Bartoli op kop, kwamen te laat. In de spurt vloerde Museeuw de Zwitser met gemak. Johan Museeuw werd wereldkampioen en mocht een heel jaar lang met de regenboogtrui rond de schouders rijden.
De vloek van de regenboogtrui is een gekend fenomeen in de wielrennerij. Het is in de geschiedenis al vaak gebleken dat de wereldkampioen in het jaar dat hij zijn trui aan de hele wereld mag tonen geconfronteerd wordt met pech of ziekte. Zo ook verging het Johan Museeuw in een aantal wedstrijden. In de Ronde van Vlaanderen had hij pech toen Boscardin hem net voor de Muur ten val bracht, en een week later in Parijs-Roubaix reed hij lek in één van de laatste kasseistroken. Hij had er nochtans alles voor gedaan en was goed in vorm, hij won 3 ritten in de Ruta del Sol, Kuurne-Brussel-Kuurne en de Driedaagse van De Panne. Hij had heel graag één van zijn lievelingsklassiekers in zijn regenboogtrui gewonnen maar door pech kon hij deze droom niet waarmaken.
1998, het jaar van de val in Wallers
Ook in 1998 was hij in het voorjaar in topconditie, hij won de E3-prijs, de Brabantse Pijl en de Ronde van Vlaanderen. Hij vertrok als topfavoriet in Parijs-Roubaix maar viel zwaar op de kasseien van het bos van Wallers en werd afgevoerd met een open knie en een knieschijfbreuk. Tot overmaat van ramp deden er zich onmiddellijk complicaties voor en bleek dat een paardemestbacterie in de bloedsomloop was terechtgekomen met koudvuur (gangreen) tot gevolg. Het herstel duurde maanden en het seizoen was voorbij.
Voor de tweede keer in zijn carrière moest Johan terugvechten en kon hij bewijzen dat hij het karakter had van een leeuw. (de eerste keer was na een val in 1992 in voorbereiding op het WK in Benidorm, Spanje). En hij bewees het ook: in 1999 haalde hij terug het niveau om in de finale van zijn wedstrijden mee te strijden om de eerste plaats maar in de Ronde was Peter Van Petegem in de spurt sterker en in Parijs-Roubaix draaide het ploegenspel in het voordeel van zijn ploegmaat Andrea Tafi. In de tweede seizoenshelft kon Museeuw enkel nog wat ereplaatsen bij elkaar sprokkelen.
2000, de leeuw is terug
Uiteindelijk zou hij twee jaar na zijn val in Parijs-Roubaix pas volledig over zijn volledig krachtenarsenaal beschikken. Urenlange trainingsarbeid, op karakter, resulteerden in het voorjaar van 2000 in misschien wel zijn meest memorabele overwinning: twee jaar na zijn val in het bos van Wallers, reed hij op 50 kilometer van de finish weg van zijn concurrenten en kwam alleen aan op de wielerbaan in Roubaix. De beelden van de finish behoren tot het collectief geheugen van alle wielerliefhebbers: Museeuw klikt zijn linkerbeen los en wijst naar zijn knie. Velen hadden getwijfeld of de leeuw nog zo sterk zou kunnen terugkomen en misschien heeft de leeuw dankzij die twijfelaars zichzelf nog meer kunnen motiveren om dit niveau te halen.
Het noodlot sloeg echter een derde maal toe: in de zomer van 2000 heeft Museeuw een motorongeval waarbij hij oa. zijn linkerkuitbeen breekt. Weer zit er niets anders op dan te revalideren vanaf nul. Maar andermaal vecht de leeuw terug. In 2001 haalt hij terug het niveau om de finales van zijn favoriete wedstrijden te rijden maar winnen is er niet bij.
2002, de 100ste Parijs-Roubaix, zijn tiende wereldbekerzege
Een jaar later wordt hij tweede in de Ronde van Vlaanderen, hij weet zich supersterk en valt aan maar telkens komt die andere Vlaming Peter Van Petegem hem terug halen. Tafi profiteert van de situatie en wint. Johan is zwaar ontgoocheld en murmelt zelfs “het had mijn laatste koers kunnen zijn”. Een week later echter kan hij al revanche nemen en dat doet hij andermaal op een memorabele manier: hij valt aan op 40 km van de streep en wint zijn 3de Parijs-Roubaix, de 100ste editie. In de laatste meters toont hij 10 gestrekte vingers ten teken van zijn tiende Wereldbekerwinst. Op het podium wordt hij geflankeerd door de Duitser Wesemann en de jonge Belg Tom Boonen.
In augustus van datzelfde jaar wint hij zijn elfde wereldbekerwedstrijd: in een lange sprint laat hij Astarloa, Rebellin, Bettini en Hincapie achter zich. Zo eindigt hij tweede in de Wereldbekerstand na Bettini.
In de winter van 2003 doet Museeuw er alles aan om terug zijn topniveau te halen in zijn voorjaarsklassiekers maar een knieblessure, een opgelopen achterstand in de voorbereiding en een verkoudheid met antibioticakuur zijn er te veel aan. Van Petegem had wel de ideale voorbereiding en lukt de dubbel Ronde en Parijs-Roubaix. Uiteindelijk bleek dat een virus zijn volledige voorjaar ondermijnd had. Een zoveelste ontgoocheling. De tanende leeuw kijkt om zich heen en stelt vast dat hij het steeds moeilijker krijgt.
2003, een fout met ongekende gevolgen
En dan gebeurt het. In de knoop met zichzelf en om alsnog zijn oude niveau te halen beslist Museeuw om in de zomer van 2003 zijn toevlucht te nemen tot een verboden middel: epo. Hij laat zich begeleiden door iemand die door de gerechtelijke politie gevolgd wordt in een andere zaak en alles komt aan het licht. Een huiszoeking, ondervragingen, confrontaties met de pers en het publiek zorgen er voor dat Museeuw in het nauw komt. Hij kiest er van bij de eerste ondervraging voor om te ontkennen. Er zijn immers geen verboden middelen in zijn bezit gevonden en hij is bij controles niet positief bevonden. De bewijslast bestaat enkel uit sms’jes waarin een vreemde codetaal gebruikt werd. De leeuw kan echter geen kant meer op. De zaak wordt ingeleid maar zal jaren duren.
Museeuw mag verder koersen en beslist om nog één keer zijn voorjaarsklassiekers te betwisten. In de Ronde is Wesemann de sterkste van een drietal. In zijn laatste Parijs-Roubaix zit Museeuw bij de kopgroep met Backstedt, Cancellara, Hammond en Hofman maar hij rijdt lek op 15 km van de streep. Hand-in-hand met Peter Van Petegem komt hij over de streep andermaal ontgoocheld. Zijn 12de wereldbekerzege mocht er niet zijn.
De dopingzaak overschaduwt het einde van de carrière van de leeuw en nog meer perslekken en intriges nopen hem uiteindelijk tot een bekentenis. Het boek “Museeuw spreekt” uitgegeven in januari 2009 en de uiteindelijke veroordeling zetten een punt achter dit hoofdstuk.
In het collectieve wielergeheugen zal men Johan Museeuw echter altijd herinneren als één van de beste klassieke renners van zijn generatie. De verbetenheid waarmee hij telkens na pech kon terugvechten is kenmerkend. Museeuw had talent maar vooral veel wilskracht en met zijn heroïsche overwinningen in zijn voorjaarsklassiekers kleurde hij een decennium lang de wielergeschiedenis.

